B.

Om indruk te maken op B. nam ik haar mee naar een strandtent in Bloemendaal aan Zee. Het was een warme avond aan het begin van de lente en we dronken koffie buiten op een terras. We keken hoe de zon onderging, praatten ondertussen over koetjes en kalfjes en tenslotte vroeg ik haar of ze nu werkelijk niks voor me voelde zodat het nooit wat zou worden tussen ons. Ze antwoordde dat ze de vriendschap heel fijn vond, maar dat ze nog te zeer verstrikt zat in haar vorige relatie waardoor ze geen behoefte had aan een nieuwe verhouding. Dat was allemaal duidelijke taal en ik vertelde haar dat het beter zou zijn wanneer we elkaar niet meer zouden zien omdat ik meer voor haar voelde, de verhouding daardoor scheef was en ik weer verder wilde met mijn leven zonder te blijven hopen dat het misschien ooit nog iets zou worden tussen ons. Waarop ze zei dat ze die hoop nooit had gegeven, ze was van begin af aan duidelijk tegen me geweest, maar ze kon begrijpen dat ik afstand wilde. Daarna begon ik een beetje te mokken, ik had er de pest in dat ik al maanden met haar was omgegaan tegen beter weten in, want ik was al die tijd niet een mogelijke partner geweest voor haar maar een vertrouweling, iemand bij wie ze troost zocht en een oplossing voor het raadsel waarom ze in de steek was gelaten door haar ex en hoe ze hem weer terug kon winnen. Zwijgend liepen we vervolgens naar de auto, die ik had geleend van mijn moeder, en reden terug door de duinen richting Haarlem.

Inmiddels was het donker en was er verder niemand op de weg, waarschijnlijk omdat het een doordeweekse avond in het voorjaar was. Ook B. hield haar mond en deed verder geen enkele poging om mij uit mijn somberheid te verlossen. Ze stak een sigaret op en leek ver verwijderd van de pijn die ik voelde nu ze me toch werkelijk had afgewezen. Ik speelde even met de gedachte om het gaspedaal in te drukken om ons met volle vaart tegen een boom te pletter te rijden zodat we altijd samen zouden zijn toen er op de weg ineens twee oogjes oplichtten en vervolgens, kdoek-kdoek, iets onder de wielen tegen de bodemplaat klapte. Wat was dat, vroeg B. en ik zei dat het volgens mij een jong vosje was dat ik zojuist had overreden. Het liet me verder koud want het leed van een dood dier viel in het niet bij mijn zelfmedelijden maar B. wilde dat ik stopte om te kijken of het beestje echt dood was en niet lag te kreperen. Omdat het stil was op de weg reed ik achteruit en het duurde even voordat we een rossig lapje op het asfalt zagen, bedekt met bloed en uitpuilende ingewanden. Ik parkeerde de auto in de berm, de koplampen gericht op het kadaver en volgde B. die onmiddellijk was uitgestapt en zich al over het lijkje boog. Inderdaad was het een jonge vos en hij was onmiskenbaar dood. De ogen van B. werden groot en ik dacht dat ze boos zou worden op me, hoe bruut het van me was geweest om zo'n onschuldig diertje aan te rijden, maar in plaats daarvan pakte ze mijn hand en legde die op haar borst. Ik wil je, zei ze. Ik was verbaasd en wist niet hoe ik hierop moest reageren. Wat betekende dit, maakte ze een grap? Maar ze trok me mee naar de auto, kleedde zich uit, ging op de achterbank liggen, haar benen gespreid en zei: Kom, ik wil je in me voelen.

Nadat ik haar die avond thuis had afgezet hoorde ik een tijd niks van haar. Ze reageerde niet op mijn telefoontjes en sms-jes en ik had haar opgegeven, beschouwde het avontuurtje in de duinen als een afscheid en voelde me gebruikt door haar. Ik was een luisterend oor geweest voor haar en op het moment dat zij er zin in had hadden we een keer seks. Maar toen ze me na een paar weken belde en vroeg om langs te komen was ik toch weer zo nieuwsgierig naar haar en wat er zou gaan gebeuren dat ik ging. Ze deed open en zag er prachtig uit, mooi opgemaakt, nieuwe kleren en schitterende schoenen. Kom snel mee naar de badkamer, zei ze, en ze trok me achter zich aan. In haar badkuip liepen vijf witte muisjes zacht krassend over het emaille, niet in staat om te ontsnappen langs de gladde, steile randen. Ze vertelde dat ze een laborant kende die experimenten deed met muizen en dat ze een paar ongebruikte proefdieren had weten los te praten. Ik wil je iets laten zien, zei ze, en stapte de kuip in terwijl de muizen wanhopig opsprongen naar de rand maar die niet konden bereiken. Met haar rechterschoen stapte ze ineens op een van de muisjes, zo snel en welbewust dat het muisje noch ik doorhadden wat er gebeurde. Ze draaide de zool van haar mooie hooggehakte schoen rond en het muisje werd geplet. Daarna trok ze me naar zich toe en begon me hartstochtelijk te zoenen terwijl ze mijn gulp openritste en mijn geslacht begon te strelen dat zich begon op te richten terwijl ze een tweede muisje plette. Bij het vijfde muisje schoot mijn zaad in de kuip en vermengde zich met de bloederige lijfjes die daar lagen.

Vanaf die tijd was het aan tussen ons en deden we niet alleen de dingen die we voorheen samen deden, koffiedrinken, naar de film gaan, uit eten, wandelen en praten, nu sliepen we ook samen en we hadden nu en dan seks. Niet vaak en ook niet zo intens als de eerste keer, maar we hadden een relatie en dat was wat mij betreft beter dan niets. B. leek er minder tevreden mee te zijn, maar dat zat in haar natuur meende ik, om ontevreden te zijn en te twijfelen over alles. Daarentegen probeerde ik het haar zoveel mogelijk naar de zin te maken door geen eisen te stellen, niks van haar te verwachten en al haar buien en grillen van me af te laten glijden terwijl ik me zelf zo luchthartig mogelijk opstelde. Op een dag zei ze dat ze een konijn wilde. Wat moet je nou met een konijn, vroeg ik, dat is niks voor jou, je moet er voor zorgen, eten geven, hok verschonen, terwijl het je uit je slaap houdt door zijn geknaag middenin de nacht. Ik wil een konijn, hield ze vol, en het klonk gebiedend. Als dat een einde zou maken aan haar humeurigheid dan wilde ik best een konijn kopen. Dus ging ik naar de dierenwinkel en zocht een lief klein konijn uit met een traditionele bruingrijze kleur dat ik meekreeg in een kartonnen doos met wat zaagsel erin. Iets begon me te dagen toen ik de muizen had gezien in de winkel maar de combinatie van huiver en opwinding maakte me des te nieuwsgieriger naar wat B. voor een plannen had met het konijn. Ik zette de doos voor haar bed en ging het eten klaarmaken in afwachting van haar thuiskomst. Nu en dan keek ik in de doos en aaide even het bibberige beestje. Ik vertelde B. niks over de aanschaf. Pas na het eten toen ze de slaapkamer inliep om haar nachthemd aan te trekken ontdekte ze de verrassing en slaakte een kreet van blijdschap. ze bedankte me door me te overdekken met kusjes, was blij als een kind en van haar mineurstemming was niets meer te bekennen. Zal ik een hok voor je timmeren vroeg ik schertsend, want ik wist inmiddels wel beter. Ze lachte en zei dat we naar bed moesten gaan terwijl we het konijn door de slaapkamer lieten huppelen. We zaten een tijdje vergenoegd toe te kijken hoe het konijn zijn omgeving verkende toen B. zei dat ik het vleesmes en de snijplank moest gaan halen uit de keuken.

Toen ik terugkwam lag ze naakt op bed met het konijntje op haar buik. Ze streelde het liefdevol en ze droeg me op om het te slachten. Ik vroeg waar dat dan moest gebeuren. Hier in bed, zei ze. En al dat bloed dan. Maar dat maakte haar niets uit. Ze overhandigde me het konijn, zette de kussens achter haar rug rechtop tegen de muur en ging zitten met opgetrokken knieën. Hier moet je het doen, zei ze, legde de snijplank voor zich neer en begon zichzelf te strelen. Ik ga mezelf bevredigen terwijl jij het konijntje de hals doorsnijdt. Ik legde het beestje op zijn rug op de plank zoals ik het wel eens op tv had gezien. Het spartelde wat tegen maar had niet genoeg kracht om te ontsnappen. Hoe wil je dat ik het doe, vroeg ik, maar ik moest wachten en toekijken hoe ze zichzelf vingerde. Wel moest ik het mes langs het konijnenlijfje laten gaan en het nu en dan op zijn keeltje zetten alsof ik het werkelijk zou gaan doorsnijden. Dat ging zonder problemen maar ik begon te twijfelen of ik het halsje wel echt zou kunnen klieven als ze er straks om zou vragen. B. werd daarentegen steeds hitsiger en begon zich te verliezen. Iets dat ik zelden zag bij haar en wat me erg opwond. Slacht hem, slacht hem zei ze, met haar hoofd achterover in haar nek, haar ogen gesloten. Gebiologeerd keek ik naar haar, het mes in de aanslag maar niet in staat om te snijden. Slacht hem, gilde ze, terwijl haar spieren samen trokken, slacht hem. Zonder verder nog na te denken sneed ik het strotje door op het moment dat B. sidderend tot een orgasme kwam. Het bloed gutste over het laken.

Sindsdien had B. meer achting voor me, was ik in haar aanzien gestegen. Het maakte me mannelijker dat ik een konijn had afgemaakt en dat had zijn weerslag in onze verhouding. B. gedroeg zich aanhankelijker, verliefder en vrouwelijker dan voorheen en het begon er op te lijken dat we een normale, evenwichtige en vreedzame relatie hadden waarin het doden van dieren niet meer aan de orde was maar waarin werd gesproken over samenwonen, trouwen en eventueel kinderen krijgen. Het was een periode die maanden duurde maar na ruim een halfjaar verviel B. weer in haar oude patroon van prikkelbaarheid, twijfel en wispelturigheid. Ik sliep weer regelmatig alleen thuis terwijl ze me in het ongewisse liet over wat ze met de relatie wou en geheimzinnig deed over haar bezigheden zodat ik bang was dat ze iemand anders leuk vond en er misschien zelfs al een avontuurtje mee beleefde. Ik dacht veel na over hoe ik haar terug kon winnen tot op een warme nacht een vreemde kat door het open slaapkamerraam naar binnen was geklommen en me wakker miauwde. Ik sloot het raam en lokte hem mee naar de keuken waar ik hem tonijn uit blik voerde en ik sms-te B. om te zeggen dat ze snel moest komen omdat ik een kadootje voor haar had.

Ze belde de volgende morgen op om te vragen wat ik voor haar had maar ik zei dat ze die avond maar bij me langs moest komen om te zien wat het was. Toen ze kwam had ik de kat opgesloten in de slaapkamer, we gingen eerst samen kaasfondueën. B. bleef al die tijd nieuwsgierig vragen wat het kado was maar ik zei haar dat dat na het toetje zou blijken en een bekroning op de avond zou worden. Na de chocoladetaart, haar favoriete nagerecht, die ik niet zelf had gemaakt maar bij de banketbakker gekocht, troonde ik haar mee naar de slaapkamer en liet haar de kat zien. Deze keer gebood ik haar zich uit te kleden wat ze in alle rust deed maar vol verleidelijke overgave. Ondertussen schoof ik een strop om de nek van de kat, iets dat hij gelaten aanvaardde maar toen ik dikke, oude skihandschoenen en een stevige leren jas aantrok begon hij mij te wantrouwen en wilde weg ondanks dat ik hem wat sardientjes uit blik aanbood. Hoe verder weg hij wilde des te strakker het koord zich trok, hoe wanhopiger en kwader hij werd. Hij begon te blazen en B. werd zelfs een beetje bang maar ik trok hem op door een oog dat in de muur zat geschroefd en bond het touw vast zodat de kat nu spartelend en krabbend aan het behang tegen de muur hing. Nu en dan leek het alsof hij greep kreeg maar dan viel hij weer omlaag waardoor het touw om zijn nek knelde en hij nog nauwelijks lucht kon krijgen. B. was nu naakt en terwijl ik me uitkleedde gebood ik haar op handen en knieën op bed te gaan zitten met haar gezicht naar de worstelende kat. Ik nam haar van achteren. Maar op het moment dat de kat stuiptrekkend aan zijn einde kwam en ik klaarkwam in B. deed ze me een bekentenis: Ik heb een ander!

Een machteloze woede kreeg me in zijn greep. Ik schreeuwde, huilde, gooide met serviesgoed, sloeg stoelen kapot, ging op mijn knieën en smeekte haar om niet bij me weg te gaan, voelde me belachelijk, een klein kind, werd nog bozer en zei dat ze moest opdonderen en dat ik haar nooit meer hoefde te zien. Ze zag alles met verbazing aan, maar ook met een zeker genot dat ik me zo liet gaan voor haar. We kunnen elkaar toch blijven zien, zei ze, we kunnen toch vrienden blijven, mijn gevoelens voor jou zijn niet veranderd. Er is alleen iemand bijgekomen waar ik verliefd op ben. Oprotten, schreeuwde ik, en ze droop af. Daarna bleef ik een paar dagen in bed liggen zonder iemand te spreken en was ontroostbaar. Daarna begon ik mijn huis wat op te ruimen en schaamde me voor mijn uitbarsting. Zo kende ik mezelf niet en zo wilde ik me zeker niet aan anderen laten zien, zo kwetsbaar en afhankelijk. Het kattenlijk lag in staat van ontbinding in de badkamer, dode getuige van een van de meest heftige momenten in mijn leven en ik zon op wraak. Maar wat voor wraak. Ik fantaseerde dat ze bij me terugkwam, smekend, en dat ik haar de deur zou wijzen maar wist dat ik dat niet zou doen. Ik fantaseerde dat ze terug zou komen en dat ik haar op mijn beurt zou bedriegen, maar wist dat ik ook dat niet kon. Of dat ik haar zou tegenkomen met haar nieuwe vriendje en dat ik hem met een vuistslag zou vloeren. Maar dat zou ik nooit kunnen en ik besefte tegelijkertijd dat mijn woede voor hem nergens op sloeg, dat B. degene was die ik wilde kwetsen.

Ik bedacht ik dat ik naar haar huis zou gaan. Om te praten, ruzie te maken, haar pijn te doen, iets te doen al wist ik niet wat, maar ik moest en zou naar haar toe gaan. Haar sleutel nam ik mee want ik zou op haar wachten als ze niet thuis was. Inderdaad was haar huis verlaten en ik ging binnen op een stoel zitten die uitzicht bood op straat zodat ik haar aan zou zien komen. Die avond kwam ze niet thuis en 's nachts ook niet terwijl ik nu en dan in slaap dommelde maar steeds weer wakker schoot vol woede en energie. Pas de volgende middag zag ik haar haar auto voor de deur parkeren en uitstappen met een jongen die haar vriend wel moest zijn. Terwijl ze naar boven liepen, de trap op, pakte ik een groot mes uit de keukenla. Wilde ik ermee gaan steken, waarschijnlijk niet, maar een beetje dreigen zou niet misstaan vond ik, en een beetje drama was nooit weg. Nadat ze binnen waren gekomen sprong ik tevoorschijn in het halletje achter de voordeur en siste iets als vuile hoer of gore slet en hief het mes omhoog met het lemmet nu eens op B. dan weer op de jongen gericht. De laatste keek angstig en wist niet of hij zijn leven moest wagen voor een meisje dat uiteindelijk maar een avontuurtje voor hem betekende, of dat hij zich een man moest betonen. Maar B. kreeg die wellustige blik weer in haar ogen. Bewonderend en zelfs verliefd keek ze naar me en fluisterde hees en opgewonden: Steek hem, steek hem dood, ik houd van je! Ze begon harder te praten, te schreeuwen bijna: Maak hem toch af, ik hoor bij jou, bij jou alleen, steek hem. Het was een bevel waarbij ze begon te stampvoeten. De jongen was totaal verbouwereerd, voelde zich geheel misplaatst in deze situatie en hoefde zijn mannelijkheid helemaal niet te bewijzen maar wilde alleen maar zo snel mogelijk naar huis. En ik, ik besefte dat B. werkelijk geen grenzen kende, dat dat niks voor mij was, dat ik me had laten meeslepen door haar en dingen had gedaan waar ik in het geheel niet achter stond. Ik liet het mes vallen en ging weg.

                              B.

Om indruk te maken op B. nam ik haar mee naar een strandtent in Bloemendaal aan Zee. Het was een warme avond aan het begin van de lente en we dronken koffie buiten op een terras. We keken hoe de zon onderging, praatten ondertussen over koetjes en kalfjes en tenslotte vroeg ik haar of ze nu werkelijk niks voor me voelde zodat het nooit wat zou worden tussen ons. Ze antwoordde dat ze de vriendschap heel fijn vond, maar dat ze nog te zeer verstrikt zat in haar vorige relatie waardoor ze geen behoefte had aan een nieuwe verhouding. Dat was allemaal duidelijke taal en ik vertelde haar dat het beter zou zijn wanneer we elkaar niet meer zouden zien omdat ik meer voor haar voelde, de verhouding daardoor scheef was en ik weer verder wilde met mijn leven zonder te blijven hopen dat het misschien ooit nog iets zou worden tussen ons. Waarop ze zei dat ze die hoop nooit had gegeven, ze was van begin af aan duidelijk tegen me geweest, maar ze kon begrijpen dat ik afstand wilde. Daarna begon ik een beetje te mokken, ik had er de pest in dat ik al maanden met haar was omgegaan tegen beter weten in, want ik was al die tijd niet een mogelijke partner geweest voor haar maar een vertrouweling, iemand bij wie ze troost zocht en een oplossing voor het raadsel waarom ze in de steek was gelaten door haar ex en hoe ze hem weer terug kon winnen. Zwijgend liepen we vervolgens naar de auto, die ik had geleend van mijn moeder, en reden terug door de duinen richting Haarlem.

Inmiddels was het donker en was er verder niemand op de weg, waarschijnlijk omdat het een doordeweekse avond in het voorjaar was. Ook B. hield haar mond en deed verder geen enkele poging om mij uit mijn somberheid te verlossen. Ze stak een sigaret op en leek ver verwijderd van de pijn die ik voelde nu ze me toch werkelijk had afgewezen. Ik speelde even met de gedachte om het gaspedaal in te drukken om ons met volle vaart tegen een boom te pletter te rijden zodat we altijd samen zouden zijn toen er op de weg ineens twee oogjes oplichtten en vervolgens, kdoek-kdoek, iets onder de wielen tegen de bodemplaat klapte. Wat was dat, vroeg B. en ik zei dat het volgens mij een jong vosje was dat ik zojuist had overreden. Het liet me verder koud want het leed van een dood dier viel in het niet bij mijn zelfmedelijden maar B. wilde dat ik stopte om te kijken of het beestje echt dood was en niet lag te kreperen. Omdat het stil was op de weg reed ik achteruit en het duurde even voordat we een rossig lapje op het asfalt zagen, bedekt met bloed en uitpuilende ingewanden. Ik parkeerde de auto in de berm, de koplampen gericht op het kadaver en volgde B. die onmiddellijk was uitgestapt en zich al over het lijkje boog. Inderdaad was het een jonge vos en hij was onmiskenbaar dood. De ogen van B. werden groot en ik dacht dat ze boos zou worden op me, hoe bruut het van me was geweest om zo'n onschuldig diertje aan te rijden, maar in plaats daarvan pakte ze mijn hand en legde die op haar borst. Ik wil je, zei ze. Ik was verbaasd en wist niet hoe ik hierop moest reageren. Wat betekende dit, maakte ze een grap? Maar ze trok me mee naar de auto, kleedde zich uit, ging op de achterbank liggen, haar benen gespreid en zei: Kom, ik wil je in me voelen.

Nadat ik haar die avond thuis had afgezet hoorde ik een tijd niks van haar. Ze reageerde niet op mijn telefoontjes en sms-jes en ik had haar opgegeven, beschouwde het avontuurtje in de duinen als een afscheid en voelde me gebruikt door haar. Ik was een luisterend oor geweest voor haar en op het moment dat zij er zin in had hadden we een keer seks. Maar toen ze me na een paar weken belde en vroeg om langs te komen was ik toch weer zo nieuwsgierig naar haar en wat er zou gaan gebeuren dat ik ging. Ze deed open en zag er prachtig uit, mooi opgemaakt, nieuwe kleren en schitterende schoenen. Kom snel mee naar de badkamer, zei ze, en ze trok me achter zich aan. In haar badkuip liepen vijf witte muisjes zacht krassend over het emaille, niet in staat om te ontsnappen langs de gladde, steile randen. Ze vertelde dat ze een laborant kende die experimenten deed met muizen en dat ze een paar ongebruikte proefdieren had weten los te praten. Ik wil je iets laten zien, zei ze, en stapte de kuip in terwijl de muizen wanhopig opsprongen naar de rand maar die niet konden bereiken. Met haar rechterschoen stapte ze ineens op een van de muisjes, zo snel en welbewust dat het muisje noch ik doorhadden wat er gebeurde. Ze draaide de zool van haar mooie hooggehakte schoen rond en het muisje werd geplet. Daarna trok ze me naar zich toe en begon me hartstochtelijk te zoenen terwijl ze mijn gulp openritste en mijn geslacht begon te strelen dat zich begon op te richten terwijl ze een tweede muisje plette. Bij het vijfde muisje schoot mijn zaad in de kuip en vermengde zich met de bloederige lijfjes die daar lagen.

Vanaf die tijd was het aan tussen ons en deden we niet alleen de dingen die we voorheen samen deden, koffiedrinken, naar de film gaan, uit eten, wandelen en praten, nu sliepen we ook samen en we hadden nu en dan seks. Niet vaak en ook niet zo intens als de eerste keer, maar we hadden een relatie en dat was wat mij betreft beter dan niets. B. leek er minder tevreden mee te zijn, maar dat zat in haar natuur meende ik, om ontevreden te zijn en te twijfelen over alles. Daarentegen probeerde ik het haar zoveel mogelijk naar de zin te maken door geen eisen te stellen, niks van haar te verwachten en al haar buien en grillen van me af te laten glijden terwijl ik me zelf zo luchthartig mogelijk opstelde. Op een dag zei ze dat ze een konijn wilde. Wat moet je nou met een konijn, vroeg ik, dat is niks voor jou, je moet er voor zorgen, eten geven, hok verschonen, terwijl het je uit je slaap houdt door zijn geknaag middenin de nacht. Ik wil een konijn, hield ze vol, en het klonk gebiedend. Als dat een einde zou maken aan haar humeurigheid dan wilde ik best een konijn kopen. Dus ging ik naar de dierenwinkel en zocht een lief klein konijn uit met een traditionele bruingrijze kleur dat ik meekreeg in een kartonnen doos met wat zaagsel erin. Iets begon me te dagen toen ik de muizen had gezien in de winkel maar de combinatie van huiver en opwinding maakte me des te nieuwsgieriger naar wat B. voor een plannen had met het konijn. Ik zette de doos voor haar bed en ging het eten klaarmaken in afwachting van haar thuiskomst. Nu en dan keek ik in de doos en aaide even het bibberige beestje. Ik vertelde B. niks over de aanschaf. Pas na het eten toen ze de slaapkamer inliep om haar nachthemd aan te trekken ontdekte ze de verrassing en slaakte een kreet van blijdschap. ze bedankte me door me te overdekken met kusjes, was blij als een kind en van haar mineurstemming was niets meer te bekennen. Zal ik een hok voor je timmeren vroeg ik schertsend, want ik wist inmiddels wel beter. Ze lachte en zei dat we naar bed moesten gaan terwijl we het konijn door de slaapkamer lieten huppelen. We zaten een tijdje vergenoegd toe te kijken hoe het konijn zijn omgeving verkende toen B. zei dat ik het vleesmes en de snijplank moest gaan halen uit de keuken.

Toen ik terugkwam lag ze naakt op bed met het konijntje op haar buik. Ze streelde het liefdevol en ze droeg me op om het te slachten. Ik vroeg waar dat dan moest gebeuren. Hier in bed, zei ze. En al dat bloed dan. Maar dat maakte haar niets uit. Ze overhandigde me het konijn, zette de kussens achter haar rug rechtop tegen de muur en ging zitten met opgetrokken knieën. Hier moet je het doen, zei ze, legde de snijplank voor zich neer en begon zichzelf te strelen. Ik ga mezelf bevredigen terwijl jij het konijntje de hals doorsnijdt. Ik legde het beestje op zijn rug op de plank zoals ik het wel eens op tv had gezien. Het spartelde wat tegen maar had niet genoeg kracht om te ontsnappen. Hoe wil je dat ik het doe, vroeg ik, maar ik moest wachten en toekijken hoe ze zichzelf vingerde. Wel moest ik het mes langs het konijnenlijfje laten gaan en het nu en dan op zijn keeltje zetten alsof ik het werkelijk zou gaan doorsnijden. Dat ging zonder problemen maar ik begon te twijfelen of ik het halsje wel echt zou kunnen klieven als ze er straks om zou vragen. B. werd daarentegen steeds hitsiger en begon zich te verliezen. Iets dat ik zelden zag bij haar en wat me erg opwond. Slacht hem, slacht hem zei ze, met haar hoofd achterover in haar nek, haar ogen gesloten. Gebiologeerd keek ik naar haar, het mes in de aanslag maar niet in staat om te snijden. Slacht hem, gilde ze, terwijl haar spieren samen trokken, slacht hem. Zonder verder nog na te denken sneed ik het strotje door op het moment dat B. sidderend tot een orgasme kwam. Het bloed gutste over het laken.

Sindsdien had B. meer achting voor me, was ik in haar aanzien gestegen. Het maakte me mannelijker dat ik een konijn had afgemaakt en dat had zijn weerslag in onze verhouding. B. gedroeg zich aanhankelijker, verliefder en vrouwelijker dan voorheen en het begon er op te lijken dat we een normale, evenwichtige en vreedzame relatie hadden waarin het doden van dieren niet meer aan de orde was maar waarin werd gesproken over samenwonen, trouwen en eventueel kinderen krijgen. Het was een periode die maanden duurde maar na ruim een halfjaar verviel B. weer in haar oude patroon van prikkelbaarheid, twijfel en wispelturigheid. Ik sliep weer regelmatig alleen thuis terwijl ze me in het ongewisse liet over wat ze met de relatie wou en geheimzinnig deed over haar bezigheden zodat ik bang was dat ze iemand anders leuk vond en er misschien zelfs al een avontuurtje mee beleefde. Ik dacht veel na over hoe ik haar terug kon winnen tot op een warme nacht een vreemde kat door het open slaapkamerraam naar binnen was geklommen en me wakker miauwde. Ik sloot het raam en lokte hem mee naar de keuken waar ik hem tonijn uit blik voerde en ik sms-te B. om te zeggen dat ze snel moest komen omdat ik een kadootje voor haar had.

Ze belde de volgende morgen op om te vragen wat ik voor haar had maar ik zei dat ze die avond maar bij me langs moest komen om te zien wat het was. Toen ze kwam had ik de kat opgesloten in de slaapkamer, we gingen eerst samen kaasfondueën. B. bleef al die tijd nieuwsgierig vragen wat het kado was maar ik zei haar dat dat na het toetje zou blijken en een bekroning op de avond zou worden. Na de chocoladetaart, haar favoriete nagerecht, die ik niet zelf had gemaakt maar bij de banketbakker gekocht, troonde ik haar mee naar de slaapkamer en liet haar de kat zien. Deze keer gebood ik haar zich uit te kleden wat ze in alle rust deed maar vol verleidelijke overgave. Ondertussen schoof ik een strop om de nek van de kat, iets dat hij gelaten aanvaardde maar toen ik dikke, oude skihandschoenen en een stevige leren jas aantrok begon hij mij te wantrouwen en wilde weg ondanks dat ik hem wat sardientjes uit blik aanbood. Hoe verder weg hij wilde des te strakker het koord zich trok, hoe wanhopiger en kwader hij werd. Hij begon te blazen en B. werd zelfs een beetje bang maar ik trok hem op door een oog dat in de muur zat geschroefd en bond het touw vast zodat de kat nu spartelend en krabbend aan het behang tegen de muur hing. Nu en dan leek het alsof hij greep kreeg maar dan viel hij weer omlaag waardoor het touw om zijn nek knelde en hij nog nauwelijks lucht kon krijgen. B. was nu naakt en terwijl ik me uitkleedde gebood ik haar op handen en knieën op bed te gaan zitten met haar gezicht naar de worstelende kat. Ik nam haar van achteren. Maar op het moment dat de kat stuiptrekkend aan zijn einde kwam en ik klaarkwam in B. deed ze me een bekentenis: Ik heb een ander!

Een machteloze woede kreeg me in zijn greep. Ik schreeuwde, huilde, gooide met serviesgoed, sloeg stoelen kapot, ging op mijn knieën en smeekte haar om niet bij me weg te gaan, voelde me belachelijk, een klein kind, werd nog bozer en zei dat ze moest opdonderen en dat ik haar nooit meer hoefde te zien. Ze zag alles met verbazing aan, maar ook met een zeker genot dat ik me zo liet gaan voor haar. We kunnen elkaar toch blijven zien, zei ze, we kunnen toch vrienden blijven, mijn gevoelens voor jou zijn niet veranderd. Er is alleen iemand bijgekomen waar ik verliefd op ben. Oprotten, schreeuwde ik, en ze droop af. Daarna bleef ik een paar dagen in bed liggen zonder iemand te spreken en was ontroostbaar. Daarna begon ik mijn huis wat op te ruimen en schaamde me voor mijn uitbarsting. Zo kende ik mezelf niet en zo wilde ik me zeker niet aan anderen laten zien, zo kwetsbaar en afhankelijk. Het kattenlijk lag in staat van ontbinding in de badkamer, dode getuige van een van de meest heftige momenten in mijn leven en ik zon op wraak. Maar wat voor wraak. Ik fantaseerde dat ze bij me terugkwam, smekend, en dat ik haar de deur zou wijzen maar wist dat ik dat niet zou doen. Ik fantaseerde dat ze terug zou komen en dat ik haar op mijn beurt zou bedriegen, maar wist dat ik ook dat niet kon. Of dat ik haar zou tegenkomen met haar nieuwe vriendje en dat ik hem met een vuistslag zou vloeren. Maar dat zou ik nooit kunnen en ik besefte tegelijkertijd dat mijn woede voor hem nergens op sloeg, dat B. degene was die ik wilde kwetsen.

Ik bedacht ik dat ik naar haar huis zou gaan. Om te praten, ruzie te maken, haar pijn te doen, iets te doen al wist ik niet wat, maar ik moest en zou naar haar toe gaan. Haar sleutel nam ik mee want ik zou op haar wachten als ze niet thuis was. Inderdaad was haar huis verlaten en ik ging binnen op een stoel zitten die uitzicht bood op straat zodat ik haar aan zou zien komen. Die avond kwam ze niet thuis en 's nachts ook niet terwijl ik nu en dan in slaap dommelde maar steeds weer wakker schoot vol woede en energie. Pas de volgende middag zag ik haar haar auto voor de deur parkeren en uitstappen met een jongen die haar vriend wel moest zijn. Terwijl ze naar boven liepen, de trap op, pakte ik een groot mes uit de keukenla. Wilde ik ermee gaan steken, waarschijnlijk niet, maar een beetje dreigen zou niet misstaan vond ik, en een beetje drama was nooit weg. Nadat ze binnen waren gekomen sprong ik tevoorschijn in het halletje achter de voordeur en siste iets als vuile hoer of gore slet en hief het mes omhoog met het lemmet nu eens op B. dan weer op de jongen gericht. De laatste keek angstig en wist niet of hij zijn leven moest wagen voor een meisje dat uiteindelijk maar een avontuurtje voor hem betekende, of dat hij zich een man moest betonen. Maar B. kreeg die wellustige blik weer in haar ogen. Bewonderend en zelfs verliefd keek ze naar me en fluisterde hees en opgewonden: Steek hem, steek hem dood, ik houd van je! Ze begon harder te praten, te schreeuwen bijna: Maak hem toch af, ik hoor bij jou, bij jou alleen, steek hem. Het was een bevel waarbij ze begon te stampvoeten. De jongen was totaal verbouwereerd, voelde zich geheel misplaatst in deze situatie en hoefde zijn mannelijkheid helemaal niet te bewijzen maar wilde alleen maar zo snel mogelijk naar huis. En ik, ik besefte dat B. werkelijk geen grenzen kende, dat dat niks voor mij was, dat ik me had laten meeslepen door haar en dingen had gedaan waar ik in het geheel niet achter stond. Ik liet het mes vallen en ging weg.